Ruil je moestuin bij elkaar

 

Even een cliché: elke dag is een nieuw begin. Prima, maar het begin van een seizoen is veel spannender. De eerste drijfmest is in de grond geïnjecteerd, de vaste mest over het land uitgereden en er wordt al flink voorgezaaid en geplant in de koude kassen of zelfs bijvoorbeeld spinazie in de volle grond. Het zindert op het land, maar ook in de stad! Tuinboonjemee  gaat 10 maart van start en datzelfde weekend is er een zadenbeurs in Amsterdam.  Daar kan je met behoud van budget zaden krijgen, ruilen, kopen. Het idee achter deze markt is de biodiversiteit te stimuleren.

Moeilijk zaad, goed ruilmiddel

Als budgetmoestuinder is het slim om aan het einde van het seizoen een paar planten te laten schieten; doorgroeien dus tot ze zaad geven en dat zaad kun je opvangen. Niet bij elke plant is dat even gemakkelijk. Hoe moeilijker het zaad te vangen is, hoe beter je onderhandelingspositie is op de ruilbeurs. Natuurlijk, de Oost-Indische kers, de pompoen en ook de goudsbloem zijn gemakkelijk, maar zaad van sla, winterpostelein of bloemkool veel moeilijker. En als je dan ook nog zorgt voor een bepaald ras of een vergeten groentesoort die ook weer niet te uitheems is dat niemand hem wil ruilen, dan heb je toch een mooi product.

Tip: specialiseer je dit jaar in een moeilijke en bijzondere zadenteelt en ruil daarmee de rest van de zaden voor je (dak)tuin.

Zuinigheid loont

Dit ruilen kan niet alleen op zo’n ruilbeurs natuurlijk (4 maart ook in Amersfoort), maar ook via twitter, moes- en volkstuinen, buurtmoestuinen, buren die groente hebben enzovoort. En als je dan alles bij elkaar geruild hebt, dan ga je zuinig om met je zaad. In de tuinbouw hebben ze een preciesiezaaimachine, maar dat kan je zelf natuurlijk ook. Dat geldt met name voor die gewassen als wortel, pastinaak, wortelpeterselie die je op een rijtje zaait en uitdunt. Met preciesiezaaien is dat niet nodig. Zaai precies zover van elkaar dat er maar 1 wortel groeit die goed kan uitgroeien en je hoeft niet uit te dunnen. Je bespaart waarschijnlijk zo’n 60% van je zaad. Kan je mooi een week of 3 later nog eens worteltjes zaaien en 3 weken later nog eens. Het voordeel is dat je dan ook niet in 1 keer alle worteltjes hoeft te oogsten (nu kan je wortels het best in de grond zelf bewaren) en op te eten. Dit geldt veel meer voor de sla. Ook die ga je precies zaaien en de zaaiperiode ga je verdelen. Reken uit hoeveel sla je per week ongeveer nodig hebt en zaai zoveel zaadjes een paar weken achter elkaar tot de zaaiperiode voorbij is. Dan heb je straks altijd verse sla en hoef je niet de hele week sla te eten, de buren te overvoeren, je familie misselijk te maken met teveel van hetzelfde. Tenzij je natuurlijk een groenteruilbeurs organiseert, waar je je eigen teveel gekweekte (bijzondere!) sla ruilt tegen een kilo aardappelen. Want alleen maar sla is ook weer zo saai. Best een goed idee eigenlijk.

 

BioBudget Chef-koks: Natasja Oehlen | Karlijn Kraan | Tanja van den Berge | Angélique Schmeinck | Annette van Ruitenburg | Alain Passard | Michiel Bussink | Arjan Smit, De Pronckheer | Puck Kerkhoven | Marion Pluimes | zuskookt biologische catering | Sonja Zonneveld: Sei-jin | Lisette Bossert | Irene van Gent | Yvette van Boven | Jonathan Karpathios: Vork & Mes | Hagedis | Jonnie Boer, De Librije | Irma Holtkamp, MLTD | Femke van den Heuvel: Vlam In de Pan | Geert Burema, restaurant Merkelbach | Jet Eikelboom | Nathan Vermunt & Pety Breugem: restaurant Karakter | Arnold Meulenbeld: restaurant Deeg | Eef en Lien | Nina Brenjo, Nina’s Kitchen | Désiree Vegter, De Bonte Tafel | Antonio Carluccio | Eric van Veluwen |

020design | Kim Ravers, Custom HeArtWork | Studio Bicker |