Vlier als huisstruik

vlierbloesembeignets

Twee keer per jaar realiseer ik me dat de vlier overal aanwezig is. Begin juni als de witgele  schermen een zware weeïge geur verspreiden. In de herfst als de takken krom hangen van de zwarte bessen. En toevallig ben ik een liefhebber van zowel de vlierbloesemschermen als de vlierbessen.

Je kunt de vlier voor van alles gebruiken: van de bloesemschermen maak je siroop, limonade, thee en beignets; de zwarte bessen lenen zich voor wijn, jam en hoestsiroop; van de holle twijgen maak je leuke fluitjes of een bijenhotel.

Oogsten zonder zaaien

De vlier is typisch zo’n plant waarvan je kunt oogsten zonder te zaaien. Hij staat immers overal. Het nadeel van wildplukken vind ik dat als iedereen het doet, er weinig overblijft voor de vogels. Bovendien is de vlier een groeizame struik die het bijna overal doet. Waarom dus geen vlier in de tuin of tegen de stadsgevel?

De vlier ontbrak vroeger immers op geen enkel boerenerf. Bij huis, stal of bakhuis werd de vlier aangeplant. Niet de schoonheid of het gebruiksgemak was de reden, maar het bijgeloof dat de struik bescherming zou bieden tegen onweer en ziekte.

De hardnekkigheid waarmee de vlier overleeft en zich vermeerdert, is tegelijkertijd z’n ondergang geworden; door velen werd hij als ongewenst beschouwd. Jammer, wat mij betreft, want juist zijn enorme groeikracht maakt hem tot een makkelijke huisstruik.

Planten

Je kunt gekweekte vlierbessenstruiken kopen. In het wild worden ze door de vogels verspreid. Er staan dus stekken genoeg, maar die geven een lagere opbrengst dan de gekweekte variant. Vlier laat zich ook makkelijk vermeerderen door een winterstek. Over stekken kun je heel ingewikkeld doen. Het principe voor de vlier is simpel. In de periode november – februari een bosje houtige stekken van ca 25-30 cm in de grond stoppen volstaat doorgaans om een succesvolle nieuwe vlier op te leveren.

Verzorging

De vlier doet het overal. Ze groeien het best op een zonnige plaats, maar verdragen ook halfschaduw. Je bloesem en bessen doen er dan alleen langer over voor ze oogstbaar zijn. Vlierbessen groeien optimaal op humusrijke, vochthoudende, stikstofrijke zandgronden die niet te nat of te droog zijn. Gras rond de stam van de vlier is geen probleem, ook een gevel om tegenaan te groeien is geen punt. Bij een verwaarloosd huis zie je ze soms gewoon in de dakgoot opkomen.

Snoeien

Een vlier kan tot een zes meter hoge en vijf meter brede boom uitgroeien. Maar zo ver laat je het in een (stad)tuin natuurlijk niet komen. Desnoods snoei je hem tussen november en maart tot 50 cm op de grond terug. Uitlopen doet hij altijd. Jonge takkengroei mag je het hele jaar terugsnoeien, zo dicht mogelijk bij de stam.

Let op

De bessen zijn oogstbaar tijdens de maanden september- oktober. Onrijpe vlierbessen en groene plantendelen zijn giftig. Oriënteer je daarom voordat je iets eetbaars maakt van de vlier op de bereiding ervan.

BioBudget Chef-koks: Natasja Oehlen | Karlijn Kraan | Tanja van den Berge | Angélique Schmeinck | Annette van Ruitenburg | Alain Passard | Michiel Bussink | Arjan Smit, De Pronckheer | Puck Kerkhoven | Marion Pluimes | zuskookt biologische catering | Sonja Zonneveld: Sei-jin | Lisette Bossert | Irene van Gent | Yvette van Boven | Jonathan Karpathios: Vork & Mes | Hagedis | Jonnie Boer, De Librije | Irma Holtkamp, MLTD | Femke van den Heuvel: Vlam In de Pan | Geert Burema, restaurant Merkelbach | Jet Eikelboom | Nathan Vermunt & Pety Breugem: restaurant Karakter | Arnold Meulenbeld: restaurant Deeg | Eef en Lien | Nina Brenjo, Nina’s Kitchen | Désiree Vegter, De Bonte Tafel | Antonio Carluccio | Eric van Veluwen |

020design | Kim Ravers, Custom HeArtWork | Studio Bicker |